P. Mark Kemseke o.m.i., 28 January 2008
“Maria lijdt met hen die het moeilijk hebben.”
Dierbare broeders en zusters!
1. Op 11 februari, feest van de Maagd Maria van Lourdes, wordt Wereldziekendag gevierd. Het is een uitstekende gelegenheid om na te denken over de betekenis van de pijn en de christelijke opdracht om er verantwoordelijkheid in op te nemen, in om het even welke situatie deze pijn zich voordoet. Dit jaar is deze betekenisvolle dag verbonden met twee belangrijke gebeurtenissen in het leven van de Kerk, zoals we al begrijpen vanuit het gekozen thema “De Eucharistie, Lourdes en de pastorale zorg voor de zieken”: de 150e verjaardag van de verschijningen van de Onbevlekte Maagd in Lourdes en het Internationaal Eucharistisch Congres van Quebec in Canada. Op die wijze wordt ons een merkwaardige gelegenheid gegeven om de nauwe band te zien die bestaat tussen het mysterie van de Eucharistie, de rol van Maria in het heilsplan, en de realiteit van het lijden en de pijn van mensen.
De 150 jaar sinds de verschijningen van Lourdes nodigen ons uit de blik naar de heilige Maagd te wenden, van wie de Onbevlekte Ontvangenis het opperste en vrije geschenk van God aan een vrouw is, zo dat zij, met een onwankelbaar geloof, ondanks de moeilijkheden en het lijden waar zij mee te maken zal krijgen, volledig kan gehoorzamen aan Gods plan. Maria is zo het model van een totale overgave aan de wil van God: zij ontving in haar hart het eeuwig woord en ze werd zwanger in haar maagdelijke schoot. Zij vertrouwde zich aan God toe en, met haar door een zwaard doorboorde ziel (zie Lc 2, 35), aarzelde zij niet om het lijden van haar Zoon te delen, door het ‘ja’ van de Aankondiging aan de voet van het Kruis te vernieuwen. Nadenken over de Onbevlekte Ontvangenis van Maria is onszelf toestaan aangetrokken te worden door het ‘ja’, dat haar op wonderbare wijze verbond met de zending van Christus, de Verlosser van de mensheid. Het is onszelf toelaten bij de hand geleid te worden om op onze beurt ons ‘fiat’ uit te spreken tot de wil van God, met heel ons bestaan, een mengeling van vreugde en verdriet, van hoop en ontgoocheling, bewust dat pijn, lijden en moeilijkheden de zin van onze pelgrimstocht op aarde verrijken.
2. Men kan Maria niet beschouwen zonder door Christus te worden aangetrokken en men kan niet naar Christus kijken zonder onmiddellijk de aanwezigheid van Maria op te merken. Er is een onlosmakelijke band tussen de Moeder en de Zoon, ontstaan in haar schoot door de werking van de helige Geest. Die band zien wij op een mysterievolle wijze in het sacrament van de Eucharistie, zoals de Kerkvaders en de theologen van in de eerste eeuwen hebben aangetoond. “Het vlees geboren uit Maria, door de heilige Geest, is brood dat uit de hemel is neergedaald” merkte Hilarius van Poitiers op. In de “Bergomensium Sacramenary” uit de 9e eeuw kunnen we lezen: “Haar schoot gaf ons een vrucht, een brood dat vervuld is met een engelachtig geschenk. Maria herstelde het heil dat Eva door haar zonde had vernietigd”. En Petrus Damiani merkte op: “Het lichaam dat de heilige Maagd leven gaf, dat zij in haar schoot met moederlijke zorg voedde, dat lichaam, en ik zeg “dat en geen ander”, ontvangen we nu van het heilig altaar, en wij drinken er het bloed van als het sacrament van onze verlossing. Dat is het katholieke geloof. Dat is het wat de heilige Kerk verkondigt”. De band van de heilige Maagd met haar Zoon, het geofferde Lam dat de zonden van de wereld wegneemt, is uitgebreid tot de Kerk, het mystiek Lichaam van Christus. Maria, zo zegt de Dienaar Gods Johannes paulus II, is “een vrouw van de Eucharistie” in haar hele leven, waardoor de Kerk, die haar als haar model ziet, “is geroepen haar in haar relatie tot dit heiligste geheim na te volgen” (Encycliek “Ecclesia de Eucharistia nr. 53). Vanuit dit oogpunt begrijpt men nog beter waarom in Lourdes de verering van de heilige Maagd Maria verbonden is met een blijvende verwijzing naar de Eucharistie, met dagelijkse vieringen, met aanbidding van het H. Sacrament en met de ziekenzegen, een van de sterkste momenten bij het bezoek van de pelgrims aan de Grot van Massabielle.
De aanwezigheid van veel zieken in Lourdes en van de vrijwilligers die hen begeleiden, helpt ons om na te denken over de moederlijke en tedere zorg die de Maagd toont voor alle menselijke pijn en lijden. Men voelt dat Maria, verbonden met het offer van Christus, de Mater Dolorosa die aan de voet van het kruis met haar Zoon meelijdt, heel dicht staat bij de christelijke gemeenschap die bijeenkomt rond haar zieken, die de tekenen van het lijden van Christus dragen. Maria lijdt met hen die het moeilijk hebben, met hen hoopt zij, en zij is hun troost en sterkte, hen steunend met haar moederlijke zorg. Is het soms niet waar dat de spirituele ervaring van veel zieken naar een groeiend verstaan leidt dat “de goddelijke Verlosser wil in de ziel van ieder die lijdt, binnendringen door bemiddeling van het hart van zijn heilige Moeder, die de eerste en meest verhevene van alle verlosten is”? (Johannes Paulus II, Salvifici doloris nr. 26).
3. Indien Lourdes ons leidt naar de bezinning op de moederlijke liefde van de Onbevlekte Maagd voor haar zieke en lijdende kinderen, dan wil het komende Internationaal Eucharistisch Congres een gelegenheid zijn voor de aanbidding van Jezus Christus, aanwezig in het sacrament van het altaar, om onszelf aan Hem toe te vertrouwen, als blijvende Hoop, als medicijn van onsterfelijkheid dat het lichaam en de geest geneest. Jezus Christus verloste de wereld door zijn lijden, dood en verrijzenis, en hij wilde bij ons blijven “als brood van leven” voor onze aardse pelgrimstocht. “De Eucharistie, gave van God voor het leven van de wereld” is het thema van het Eucharistisch Congres. Het toont aan hoe de Eucharistie de gave van God is voor de wereld van zijn eniggeboren mens geworden en gekruisigde Zoon. Hij brengt ons rond de eucharistische tafel bijeen, en verwekt bij zijn leerlingen liefdevolle zorg voor de lijdenden en de zieken, in wie de christelijke gemeenschap het gezicht van de Heer herkent. Zoals ik schreef in de postsynodale brief “Sacramentum caritatis”: “Daarom moeten de christengelovigen, als ze Eucharistie vieren, zich er steeds meer bewust van worden dat het offer van Christus voor allen is en de Eucharistie hen er daarom toe aanzet zelf ‘gebroken brood’ voor anderen te worden” (nr. 88). Wij worden zo aangemoedigd in de eerste persoon om onze broeders en zusters te helpen, in het bijzonder deze die in moeilijkheden verkeren, want de roeping van elke christen is waarlijk met Jezus gebroken brood voor het leven van de wereld te zijn.
4. Het wordt dus duidelijk dat de pastorale gezondheidszorg specifiek uit de Eucharistie de nodige spirituele kracht moet putten om daadwerkelijk aan de mens hulp te bieden en om hem de heilzame waarde van zijn eigen lijden te helpen verstaan. Zoals de Dienaar Gods Johannes Paulus II in de hoger vermelde apostolische brief Salvifici doloris schreef, ziet de Kerk in haar lijdende broeders en zusters als het ware vele dragers van de bovennatuurlijke kracht van Christus (zie nr. 27). Op mystieke wijze met Christus verbonden, wordt de mens, die met liefde en deemoedige overgave aan de wil van God lijdt, een levend offer voor het heil van de wereld.
Mijn dierbare voorganger stelde ook: “Hoe meer de mens door de zonde bedreigd wordt, hoe meer hij verwikkeld raakt in de structuren van de zonde die de huidige wereld kenmerkt, des te duidelijker komt het menselijke lijden naar voren en des te meer voelt de Kerk de behoefte voor het heil van de wereld haar toevlucht te nemen tot de waarde die in het menselijke lijden besloten ligt” (ibidem). Als om die reden in Quebec het mysterie van de Eucharistie, Gods gave voor het leven van de wereld, wordt beschouwd op de Wereldziekendag als een ideaal parallellisme, dan zal niet alleen de actuele deelname van het menselijke leiden aan het heilswerk van de God worden gevierd, maar zullen ook de beloofde kostbare vruchten voor wie geloven in zekere zin worden gevierd. Zo wordt pijn, in geloof ontvangen, de deur om binnen te gaan in het mysterie van het verlossende lijden van Jezus en om met hem de vrede te bereiken en het geluk van de Verrijzenis.
5. Ik groet met deze brief alle zieken en allen die voor hen op verschillende wijzen zorg dragen. Ik nodig de diocesane en parochiale gemeenschappen uit de volgende Wereldziekendag te vieren, door het appreciëren van het samenvallen van de 150e verjaardag van de verschijningen van O.L.Vrouw van Lourdes met het Internationaal Eucharistisch Congres. Laat het de gelegenheid zijn om het belang te beklemtonen van de Mis, van de aanbidding van het H. Sacrament en van de eucharistische eredienst, zoadat de kapellen in onze ziekencentra het kloppend hart worden, waarin Jezus zich onophoudelijk aan de Vader aabiedt voor het leven van heel de mensheid. Ook het uitdragen van de communie naar de zieken in een geest van gebed is echte troost en sterkte voor hen die lijden, voor hen die door allerlei kwalen het moeilijk hebben.
Moge de volgende Wereldziekendag daarenboven een goede gelegenheid zijn om op een bijzondere wijze de moederlijke bescherming van Maria af te smeken over hen die onder ziekte gebukt gaan, over de gezondheidswerkers en over alle medewerkers in de ziekenpastoraal. Ik denk meer speciaal aan de priesters die op dat terrein werken, aan de mannelijke en vrouwelijke religieuzen, aan de vrijwillige medewerkers en aan allen die met hart en ziel de zieken en noodlijdenden dienen. Ik vertrouw hen allemaal aan Maria toe, de Moeder van God en onze Moeder, de Onbevlekte Ontvangenis. Moge zij iedereen bijstaan in het getuigenis dat het ene waarachtige antwoord op de pijn en het lijden van mensen Christus is, die door de verrijzenis de dood versloeg en ons leven biedt dat geen einde kent.Met deze gevoelens uit de grond van mijn hart, schenk ik u allen mijn bijzondere Apostolische Zegen.
Vaticaanstad, 11 januari 2008
BENEDICTUS PP. XVI